Tijdens trainingen valt regelmatig het woord krijger of krijgskunst. Als je de betekenis van een krijger opzoekt, dan vind je onder andere; een soldaat, iemand die zich toelegt op het voeren van oorlog. Iemand die altijd gericht is op het uitschakelen van de ander, dan wel anderen of tegenstander(s). Als je dan kijkt naar het citaat, komt dat niet overeen; er staat immers dat de krijger gericht is om de ander in zijn kracht aan te spreken en/of inschakelen, zodat de ander beter kan functioneren, en zijn doelen kan behalen.

Waarom zou een krijger gericht zijn op het inschakelen en het bevorderen van het succes van de ander? Wat haalt de krijger er dan zelf uit, is hij een barmhartige samaritaan die geen eigen belang nastreeft? Om hier een antwoord op te kunnen geven ga ik eerst dieper in op de betekenis van Krijgskunst.

 

Aikido valt onder de Martial Arts, vertaald als krijgskunsten.
Een deel van het woord krijgskunst is kunst; dit heeft onder andere de betekenis: ‘iets moois gemaakt door mensen’ en is iets anders dan het woord kunde: ‘vaardigheid in iets en kennis over iets’. Daarnaast kan je krijgskunst ook lezen als de kunst van het krijgen. De kunst van het krijgen ontwikkelt zich door te geven. Echter als je alleen maar geeft om te krijgen is dat vanuit eigen belang en past niet bij de Vredeskunst.

Werkelijk geven is geven zonder eisen te stellen aan wat je ervoor terugkrijgt ofwel ‘onvoorwaardelijk’, en dat is een hele kunst. Onvoorwaardelijkheid is geen gemakkelijk woord. Over het algemeen doen wij dingen met voorwaarden of verwachtingen. Zowel in ons werk als in onze relaties. Onvoorwaardelijkheid lijkt in de liefde naar onze kinderen of onze ouders wel gewaarborgd te zijn. Betekent dit dat als je iets onvoorwaardelijk geeft dat je dan niets terugkrijgt? Dat is juist vaak niet het geval. Meestal krijg je iets terug en omdat je het niet verwacht kan je daar erg blij van worden.

Twee voorbeelden:

Een vader gaat samen met zijn dochter voor de eerste keer een appeltaart bakken. Zij beleven hier samen veel plezier aan en het hele gezin smult van de taart. Het hele huis ruikt naar de heerlijke geur van de versgebakken appeltaart.

De plaatselijk kruidenier opent zijn winkel tussen 7.00 – 8.00 uur, zodat alleen de ouderen  boodschappen kunnen doen. Hierdoor zorgt hij ervoor dat ze zelfstandig hun boodschappen kunnen doen zonder groot gevaar om besmet te raken met het corona virus. De ouderen zien op deze manier nog andere mensen. De winkelier verdient uiteraard aan de boodschappen.

In beide voorbeelden lees je dat niet alleen de ander ervan profiteert, maar jijzelf en de omgeving worden er ‘beter’ van. Het is echter niet alleen maar gericht op het ik (eigen belang), de ander en de omgeving horen hier ook bij.

Het laten groeien en ontwikkelen van de ander lukt alleen als het ik ook wilt groeien en ontwikkelen. Voor het bevorderen van het succes van de ander geldt dit ook. Je kan de ander alleen ‘inschakelen’ en in balans laten zijn als het ik ook ingeschakeld en in balans is.

Overdenking:

Heb je in deze bijzondere tijd dingen gedaan of gelaten die passen bij de kunst van het krijgen?

Zo ja, is dat voor herhaling vatbaar? Oefening baart kunst!

Zo nee, wanneer begin je?

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.